Communicatie tussen drummers

Veel leesplezier!

djembé ritmus
Afrikaanse muziek spelen, erop dansen en ernaar luisteren is communiceren. Niet alleen in het spel van vraag-en-antwoord, maar ook door het kruisen van de ritmen. Door het te ‘beantwoorden’ of door het te kruisen, accentueert en definieert de ene ritmische laag de andere. Bij het kruisen van ritmen, mag de drummer zich niet te ver verwijderen van de subtiele verhoudingen tussen de drummers onderling om het basiskarakter van het ritme niet te verliezen. Anderzijds mag hij niet teveel synchroon spelen met anderen teneinde de beat niet al te zeer te benadrukken. We zien dus dat de techniek van het spelen ondergeschikt is aan de helderheid van de onderlinge communicatie. Niet wàt de drummer speelt is van belang, wel wat hij accentueert bij de andere drummers. Het is niet de bedoeling te tonen tot welke virtuoze kapriolen de drummer in staat is. Hij toont niet wat hij kan, maar wat de potentie is van het geheel.

3. PARTICIPATIE

Er zijn heel wat paralellen te trekken tussen de vorm van de Afrikaanse muziek (d.i. de polyritmiek) en de manier waarop het sociaal leven in Afrika georganiseerd is. Een moeder wiegt haar kind in slaap in een ritme dat een polyritmische verhouding heeft tot het slaapliedje dat zij zingt. Om te vermijden dat een gesprek of een toespraak stilvalt, vullen de gespreksgenoten of luisteraars de gaten die de spreker openlaat op met korte woordjes of keelgeluiden. Vrouwen die maniok stampen, mannen die het damspel spelen, bedienden achter hun computer of gewoon twee mensen die elkaar groeten: in Afrika gebeurt dit polyritmisch, waardoor de samenhang van iedereen met elkaar en van alles met alles benadrukt wordt. Ook bij een muzikale gebeurtenis is de samenhang met de sociale situatie waarin het geheel plaatsvindt, het belangrijkst. Een trommelaar op zijn eentje heeft geen zin, een bandje dat speelt zonder dat erbij gedanst wordt evenmin en een dansfeest zonder dat er nieuwsgierigen rondom staan of kinderen tussendoor lopen zal je ook nooit tegenkomen. Muziek is in Afrika geen expressie van individuele gevoelens. Het is evenmin een expressie van geloofsovertuigingen van de gemeenschap, noch van morele regels die de sociale situatie bepalen waarin het geheel van muziek-en-dans plaatsvindt. De ritmen zelf vormen de gemeenschap; en het zijn de ritmen zelf die de actuele situatie uitmaken. Expressie is ondergeschikt aan vorm en deze vorm hoeft niet noodzakelijk mooi te zijn. Zij moet wel de deelname (participatie) van zoveel mogelijk mensen mogelijk maken of het nu muzikanten zijn, dansers of toeschouwers. De muziek-en-dans moedigt de interactie aan. Zij geeft aan individuen een plaats in de gemeenschap. Tegelijkertijd plaatst die muziek-en-dans de gemeenschap tegenover haar geschiedenis. De basis van elke ritmische laag en de combinatie van ritmische lagen hebben een eeuwenoude geschiedenis achter zich en liggen traditioneel vast. Maar door het variëren van het basisritme en door het improviseren rond het basisritme zoekt het individu niet alleen een plaats voor zich in de gemeenschap, maar verbindt hij ook de actuele gelegenheid met de traditie. We zien dat verandering en vooruitgang in zo’n context niet in tegenspraak zijn met traditie. Integendeel, verandering is slechts mogelijk binnen een bepaalde traditie, die op haar beurt slechts kan blijven bestaan als zij voortdurend aan nieuwe situaties wordt aangepast.