De Afrikaanse invloed op Rhythm & Bleus

Veel leesplezier!

new orleans bleus

Inleiding

In Afrikaanse muziek- en dansopvoeringen zijn het altijd hedendaagse interpretaties van een melodie, ritme of dans die historisch met de gemeenschap verbonden is. In de uitvoering wordt de geschiedenis van de gemeenschap herschreven in functie van het heden. De slaven die in de 18e eeuw naar Amerika werden gevoerd verloren echter de band met hun geschiedenis toen hun gemeenschappen uit elkaar werden gerukt. Afrikanen met verschillende culturele achtergronden gingen op zoek naar het gemeenschappelijke in hun tradities. De geschiedenis van de Afro-Amerikaanse cultuur kan gezien worden als de schepping van een gemeenschappelijke zwarte cultuur. Net als de Afrikaanse ontpopte die cultuur zich als een levende traditie, d.w.z. een traditie waarin het reeds bestaande telkens opnieuw wordt aangepast aan de huidige omstandigheden. Traditie is in deze betekenis geen synoniem voor stilstand of voor een terugkeer naar vroeger. Traditie is het heden dat geworteld is in het verleden. Het slaat op het belevend bewaren en het behoudend veranderen van cultuur. Voorbeelden zijn de jazztraditie en de bluestraditie. Blues is geen blues als het geen persoonlijke en hedendaagse elementen bevat. Dit is ook het geval met de rhythm&blues.

Rhythm&blues is een verzamelnaam voor alle Noord-Amerikaanse zwarte populaire muziek. Met populaire muziek bedoelen we volksmuziek of muziek die door grote groepen mensen algemeen aanvaard wordt als ontspannings- of dansmuziek en die vaak beoefend wordt door ongeschoolde muzikanten. Dit in tegenstelling tot kunstmuziek of 'serieuze muziek' waarvoor een hoge professionaliteit van de uitvoerders vereist is en die meer inspanning van de luisteraar vraagt (bvb. jazz, klassiek). In het begin van de vorige eeuw werd de zwarte populaire muziek denigrerend race music genoemd. Later ontstonden de r&b charts als zwarte tegenhanger van de blanke pop charts. Rhythm&blues is dus een verzamelnaam van worksongs, blues, gospel, soul, funk en hiphop. Verwar rhythm&blues niet met de in de jaren ’90 ontstane muziekstijl die r&b, hiphop soul of new jack swing genoemd wordt en die een substijl is van de rhythm&blues.

In dit artikel gaan we na welke kenmerken van Afrikaanse muziek we terugvinden in rhythm&blues (R&B) in de overtuiging dat de hedendaagse Afrikaanse muziek en de Afro-Amerikaanse muziek dezelfde oorsprong hebben. Het is niet zo dat in Afrika de wortels liggen van de R&B. De wortels liggen ergens in een ver gemeenschappelijk verleden. R&B en hedendaagse Afrikaanse muziek zijn twee takken van dezelfde boom.

Muziek is ingebed in het sociale leven

Net als in Afrika, worden in de Nieuwe Wereld alle belangrijke facetten van het dagelijks leven van de zwarte gemeenschap begeleid met muziek. Muziek is er niet los te denken van de samenleving. Zowel bij het werk als bij feesten en rituelen speelt muziek een belangrijke rol.

De rijke Afrikaanse traditie van muziek bij overgangsriten, initiatieriten en genezingsceremonieën, dreigde verloren te gaan toen de slavendrijvers de families en stammen uit elkaar rukten. Toch zijn er in Louisiana nog aanhangers van de voodoo, een animistische religie die een mengvorm is van christelijke heiligen en gedanste bezetenheidsrituelen en die rond 1900 uit Haïti kwam overwaaien. Daarnaast vond de muziek haar weg naar zwarte protestantse kerken waar we Afrikaanse elementen als syncopering, vraagantwoordzang en collectieve beleving terugvinden in swingende gospelsongs.
 De worksongs die Amerikaanse slaven zongen tijdens het harde labeur in de gevangenis, bij de aanleg van spoorwegen of op de katoenplantages, hebben dezelfde oorsprong als de muziek die in Afrika het werk op het veld of in het atelier verlicht. Dansen en ritmes voor het binnenhalen van de oogst bvb. vervullen dezelfde functie als de Amerikaans groepszangen tijdens de katoenpluk.
 Muziek behoort in Afrika tot de publieke ruimte. Feesten gaan door op het dorpsplein of op straat. De slaven in Amerika mochten hun muziek en dansen in de 19e eeuw enkel op speciaal daartoe voorziene plaatsen en tijdstippen doen, bvb. op Congo Square te New Orleans. Later vonden zij hun plaats in straatparades en carnavalsoptochten. Artiesten waren daarbij vaak extravagant uitgedost net zoals bij Afrikaanse maskerdansen. Ook recentere stijlen als salsa en hiphop ontstonden in het openbaar op spontane straatfeesten in het New York van de jaren ’70.


It don’t mean a thing if it ain’t got that swing

De meest opvallende eigenschap van zwarte muziek is dat ze de luisteraar prikkelt om te bewegen of te dansen. Het is niet de melodie of de harmonie, maar het ritme dat ons doet swingen. Polyritmiek of het gelijktijdig combineren van verschillende ritmische lagen waarbij geen twee muzikanten hetzelfde ritme spelen, is typisch voor zwarte muziek van beide zijden van de Atlantische oceaan. We vinden het in een aanstekelijke vorm terug in de gesyncopeerde funk van Stevie Wonder en jazzdrummers als Elvin Jones en Max Roach gingen er actief naar op zoek. Maar de ritmische complexiteit van Afrika, waar tegenritmes, kruisende ritmes en polymetriek schering en inslag zijn, is in Amerika gaandeweg verloren gegaan. Wel zien we dat in gospel, soul en jazz de tegentijden (up beats en off beats) sterk benadrukt worden en dat er veelvuldig gebruik gemaakt wordt van gesyncopeerde ritmes en melodieën. De funk verlegde in de jaren ’60 de focus nog verder weg van de melodie naar het ritme en legde het accent op de down beat (the 'one') maar versterkte het gebruik van gesyncopeerde ritmes, vaak in de basgitaar en basdrum.

Geen muziek zonder dans

In Afrika wordt er zo goed als nooit muziek gespeeld zonder dat er bij gedanst wordt. Ook bij de afstammelingen van de Noord-Amerikaanse slaven vormden dans en muziek een eenheid. Dit was zo in de trommelkoren op Congo Square, in de drum & fifer (een combinatie van een dansende drummer met een dansende fluitspeler) en in de tapdans waarbij de danser muziek speelt met zijn voeten. De vroege jazz ontstond als dansmuziek gespeeld door zwarten in blanke dansclubs. Hedendaagse stijlen als soul, funk en hiphop zijn ondenkbaar zonder de bijhorende danscultuur. Zwarte artiesten bedachten nieuwe dansen samen met hun hits: de Mashed Potato van James Brown, de Funky Chicken van Rufus Thomas,... De hiphopcultuur ontstond als een combinatie van sound systems, gedeclameerde teksten en breakdance. De halsbrekende toeren die de dansers op straat uithalen zijn echo’s van de acrobatieën die zo typisch zijn in Afrikaanse dans en waarvan het spektakel Afrika!Afrika! ons dit jaar een mooie presentatie gaf.

De zang: moraliserend en met rauwe stem

Blueszangers, die zichzelf begeleiden op gitaar, mondharmonica of piano, zijn niets anders dan de westerse versie van de Afrikaanse barden. Deze griots, troubadours die hun lofzangen en historische verhalen begeleiden met n’goni, kora, gitaar of duimpiano, combineren een vaak rauwe, ‘ongeschoolde’ stem met vocale technieken als kopstem, overslaande stem en nasale stem. Je hoeft niet meer te zoeken waar Robert Johnson, Ray Charles en James Brown de mosterd haalden.

In Afrika wordt zang dikwijls afgewisseld met gesproken teksten. Onder gewone mensen zijn woordwedstrijden waarbij men het mooiste spreekwoord bedenkt en wedstrijdjes beledig-de-ander-zo-spitsvondig-mogelijk erg populair. In de VS vinden we elementen hiervan terug in de 19e eeuwse ring shouts, waarbij men in een kring stond en zo hard mogelijk naar elkaar schreeuwde, en natuurlijk in de rapmuziek. Er loopt een rechte lijn van de Afrikaanse vocale improvisaties over het scatten (de nonsensicale improvisaties uit de beginjaren van de jazz zoals bij Louis Armstrong en Ella Fitzgerald) naar de free style in hiphop.

Afrikaanse liederen bezingen meestal de gemeenschap en haar normen. Hoe verhoudt het individu zich tot de groep en hoe ver mag de gemeenschap moderniseren zonder zijn eigenheid te verliezen? Dit gemoraliseer vinden we niet alleen terug in de preken van Amerikaanse dominees, maar ook in de soul (‘Respect’), de funk (‘Express yourself’) en de hiphop. Vooral in hiphop is (of beter was) de moraal een radicale politieke kritiek zoals bij The Last Poets en Michael Franti.

Een curieus verschijnsel in zwarte populaire muziek is het bezingen van de situatie zelf waarvoor de muziek gemaakt is. Hoeveel songs zijn er niet die een dans, een feest, een concert bezingen? Zelfs de dwangarbeiders in de slaventijd zongen vaker over het bouwen van de spoorweg of het snijden van het katoen dan over hun dromen. Ook dit is Afrikaans. De griots, die ceremoniemeesters zijn op feesten, beschrijven met hun gezongen improvisaties het actuele feest, de inrichter ervan, de bezoekers, de geschenken, enz.

Een losse structuur

De structuur van Afrikaanse muziek is traditioneel niet ‘sluitend’ maar wordt bepaald door het lied of de dans. De muziek gaat door zolang er gezongen of gedanst wordt. Dit is mogelijk omdat de muziek repetitief is. Een ritme of een melodische riff die monotoon herhaald wordt is vaak het enige structurele gegeven. Dit geeft de muziek een karakter van oneindigheid. In de vroege blues wordt de structuur soms volledig door de tekst bepaald of door (het gebrek aan) muzikale vaardigheden van de uitvoerders zodat er soms een tel of zelfs een volledige maat lijkt te ontbreken. In de freejazz en de modale jazz werden structuren, die als te ‘blank’ of te Europees ervaren werden, bewust overboord gegooid. In funkopnames past men dikwijls het procédé van de fade out toe op het einde van een song, wat de indruk geeft dat de muziek onbeperkt zou kunnen voortkabbelen.

Improvisatie

We hadden het al over vocale improvisaties in worksongs, preken, scattings en bluessongs. In jazz wordt de improvisatie de kern van de uitvoering. Vanaf de jaren 1910 wordt er volop geïmproviseerd op basis van een akkoordenopeenvolging die door het thema bepaald wordt. De collectieve improvisaties van de vroege jazz uit New Orleans waren zo uitbundig dat blanke luisteraars erin verloren liepen. Later ontstonden er andere, vrijere manieren om te improviseren los van akkoordenschema’s in fusion, freejazz en funk.

Ook in Afrika is improvisatie de ideale manier om te tonen dat de muziek uit de traditie in het heden een nieuwe zin kan hebben. De improvisatie is er echter veel minder vrij. Men improviseert rond een traditioneel thema en kan daarbij gebruik maken van traditionele variaties. Melodische of ritmische improvisaties worden geleid door de dans of de tekst en geïnspireerd door de andere ritmische lagen in het polyritmisch weefsel. Daarbij moet de solist er enerzijds voor zorgen dat hij niet te ver afwijkt van de geest van de muziek en anderzijds niet teveel unisono speelt met de andere onderdelen van de polyritmiek.

Communicatie en sociale rol van de muziek

De vraagantwoordstructuur is de meest opvallende gelijkenis tussen Afro-Amerikaanse en Afrikaanse muziek. In een conversatie met een duidelijk omlijnde herhaling is er een punt waarrond solozanger en koor of solist en instrumentale respons heen en weer wiegen. Deze structuur, die ook wel call and response wordt genoemd, vindt je terug in alle muziek in zwart Afrika van Zuid-Afrika tot Soedan en van Tanzania tot Senegal.

Je hoort het ook mooi in Amerikaanse worksongs waar de slaven de voorzanger beantwoorden en in gospelsongs waar de kerkgemeenschap reageert op de predikant. Het vraagantwoordschema blijft bewaard in de soul als een spel tussen lead singer en koor. In de funk van James Brown wordt het bijzonder ritmisch als de muzikanten de hardest working man in show business van antwoord dienen met kreten als Get on up! En Go ahead! En het publiek roept uitbundig mee.

Dat brengt ons bij de participatie die wij als doel zien van de Afrikaanse muziek. In Afrika is het doel van muzikale uitvoering de deelname van zoveel mogelijk mensen. Er is dan ook geen scheiding tussen artiest en publiek zoals wij die in Europa kennen.

De scheiding die de blanken oplegden in Amerika was gruwelijker: zwarten mochten wel optreden in blanke clubs maar mochten er als publiek niet binnen. Op het podium stonden mensen met een totaal andere cultuur als die in de zaal. Als de toeschouwers applaudisseerden, hadden ze er geen flauw benul van wat er omging in de hoofden van de artiesten. Gelukkig bleven Afrikaans gewortelde tradities gedurende honderden jaren voortleven op straat, op de zogenaamde congo plains en in geheime genootschappen. Zo ontstonden nieuwe muziekstijlen vanuit de basis en in de zwarte getto’s. Muziek waarbij het publiek actief betrokken werd. Aanstekelijke muziek om op te dansen en om bij te roepen (“everybody in the house say yeah!”).  Muziek met veel improvisatie en met lak aan (blanke) regeltjes en structuren. In de jaren ’70 verlieten funkmuzikanten als Sly Stone, George Clinton en de Ohio Players het idee van de zanger met zijn begeleidingsgroep om 'democratische' bands te doen ontstaan met gelijke inbreng van alle artiesten. Niet toevallig ging het om Amerikaanse zwarten.

Yanne De Belder, maart 2009

Reactie plaatsen